Steunpunt Mantelzorg

Ben jij een Jonge mantelzorger?

Als jij thuis een familielid hebt die veel zorg nodig heeft omdat hij of zij langdurig ziek is, mag jij jezelf jonge mantelzorger noemen. Langdurig ziek zijn kan op veel verschillende manieren, zowel lichamelijk als geestelijk. Iemand met een psychische ziekte of verslaving kan net zo veel hulp nodig hebben als iemand met een lichamelijk ziekte of handicap.

Waar kan je mee te maken hebben
– meehelpen huishouden
– broertje/zusje naar school brengen
– toedienen van medicijnen
– meegaan naar ziekenhuis, fysiotherapie of andere hulpverleners
– vertalen of uitleggen
– overnemen financiën, administratie
– je zorgen maken om hoe het gaat thuis of met degene die zorg nodig heeft
– lichamelijke zorg zoals aankleden, douchen, insmeren
– naar bed helpen
– regelzaken
– overnemen van taken van je ouders of familie.

De aandacht gaat vaak uit naar het zieke familielid. Jonge mantelzorgers vinden het heel vanzelfsprekend om te helpen. Maar dat valt niet altijd mee. Het is belangrijk dat mantelzorg goed is te combineren met je opleiding en dat er daarnaast ruimte is om leuke dingen te doen. Hoe? Hieronder lees je meer over mantelzorg en geven we tips.

Praat erover
Dat je zorgt voor iemand is gewoon. Meestal gaat het goed, maar soms kan het ook zwaar zijn. Erover praten is dan belangrijk, maar dat is niet altijd gemakkelijk. Thuis kan of wil je er misschien niet over praten en je wilt op school niet zielig of bijzonder worden gevonden. Toch is dit precies wat we je adviseren. Praten lucht op en maakt ondersteuning mogelijk. Je zal zien dat er meer kan dan je denkt. Je kunt eerst een vriend(in) of klasgenoot vertellen over wat jou bezighoudt. Praat ook met iemand die je vertrouwt, bijvoorbeeld bij die ene docent waarmee je een klik hebt. Wil je liever iemand anoniem en buiten school spreken dan is er de kindertelefoon.

Tips
Deel je ervaringen.
Praat over je situatie met iemand die je vertrouwt. Je zult merken dat het oplucht om je zorgen te delen.
Bespreek het op school. Vertel aan je mentor of leraar over je thuissituatie. Hij begrijpt dan beter dat je je huiswerk een keer niet afhebt. Of dat je met je gedachten niet bij de les bent.
Vertel als het even te veel wordt. Misschien kunnen mensen in je omgeving wat van je overnemen. Je mentor, docent of vertrouwenspersoon van de school kunnen je hierbij helpen.
Blijf leuke dingen doen. Ga lekker sporten en blijf met vrienden afspreken. Zo heb je afleiding en sta je er niet alleen voor. Tijd voor jezelf is ook belangrijk!
Zoek informatie. Is iets niet duidelijk over de ziekte of handicap? Stel je vraag aan je familie, je huisarts of een verpleegkundige. Het antwoord kan je geruststellen.